Louise in tweede druk

De lichtekooi van Loven is opnieuw verkrijgbaar in een mooie paperback uitgave.
“Nooit zou ik de juiste woorden kunnen verzamelen die de tonen luidden van mijn waarom. Wat een belediging het was te denken dat geschreven woorden iemands geschiedenis en redenen zouden kunnen vertalen. En wie zou ooit al die letters doorworstelen om een glimp op te vangen van dat wat door zovelen verworpen werd? Absurd.” Louise in De lichtekooi van Loven.
En hier, Louise, heb je je vergist.

Lezing in de bib

Op vrijdag 11 mei 2012, 8 pm, verwelkomt te bibliotheek van Kortenberg u en mij voor een lezing over mijn debuut ‘De lichtekooi van Loven’.
Voor de nieuwsgierige aagjes vertel ik over het ontstaan van Louise en Alexander, waarbij stukken uit mijn originele manuscript worden tentoongesteld, naast de meest inspirerende literaire en geschiedkundige werken. Luister mee naar de muziek die Louise een gezicht gaf, en ontspan tijdens een voorleesmoment. Daarna krijg jij de kans om vragen te stellen, en denk eraan: taboe is de enige taboe.
Het zou geen lezing op z’n Ineke’s zijn als er geen reconstructie zou te zien zijn van een achttiende eeuwse japon, waarbij jij je mag laten insnoeren door een vrouwvriendelijk keurslijf. Mannen snoer ik graag extra stevig in.
Ik zie je dan?
Mademoiselle Vander Aa

De lichtekooi van Loven

Nu verkrijgbaar in uw boekhandel.
ISBN 978 90 445 1937 2

In het levendige Loven (het tegenwoordige Leuven) van halverwege de achttiende eeuw levert de onderlaag van de bevolking elke dag een strijd om het bestaan. Dat geldt ook voor Louise en haar blinde vader. Als de man sterft, is Louise vastberaden een rijker leven voor zichzelf te creëren. De prostitutie lonkt, en haar ambitie werpt zijn vruchten af. Totdat een nieuw obstakel om overwinning vraagt.

Fragment:
Er was iets aan zijn gezichtsuitdrukking dat mij vertelde dat er niemand in dit lichaam huisde. Het was leeg. Opgebruikt. Onder zijn dunne huid sluimerde de dood.
Het was zover. Hij had erop gewacht, en eindelijk was het zover.
Met mij gebeurde er niets. Van zijn ogen was ik geschrokken, maar er kwam geen verdriet. Omdat mensen vaak huilen om een sterfgeval, forceerde ik tranen. Mijn wangen bleven droog, dus besloot ik niet te huilen. Ik trok het deken tot tegen zijn kin en even, heel even, dacht ik hem stilletjes te horen snurken. Met mijn hoofd op zijn schouder die zijn warmte begon te verliezen, fluisterde ik: ‘Ik heb u hore ronke, vake, ik heb u gehoord. Slaapwel, vake.’

Mijn kindje is geboren

Vijf jaren en tien maanden geleden, zat ik aan een schoolbankje dat een internaat van de jaren ’50 had overleefd, in mijn slaapkamer op een klein appartement. De muren waren zwart en goud geschilderd, en waren behangen met tekeningen van de mode uit de eeuw van de verlichting. Op de achtergrond klonk nu eens de stem van Matthew Bellamy, dan eens de sarabande van Haendel. Uit de rook van dozijnen kaarsen dook het verhaal op van Louise Van Loven, een meisje dat in het achttiende-eeuwse Leuven het leven alleen trotseerde. Het fictieve verhaal leefde in mijn vingers en vertaalde zich in fragmenten op papier. Mijn vrije tijd bracht ik bladerend door in bibliotheken. Hele avonden en nachten dacht ik alleen nog aan haar en wat haar zou zijn overkomen. Mijn Louise.

Amper een maand geleden, zat ik aan mijn bureau onder dezelfde tekeningen in mijn slaapkamer, in Arizona. Ik typte de laatste woorden over en schoof mijn papieren voor me uit. Mijn bloed werd warm van een eerste ervaring van pure voldoening. Ik was klaar. Denk ik.

Gewapend met mijn virtuele en geschreven versie, trok ik naar mijn vaderland om daar een goede thuis voor Louise te vinden. Die vond ik net over de Nederlandse grens, bij een familie die Uitgeverij De Geus heet.

Nooit eerder heb ik in meer geloofd dan in de creatie van mijn eigen verbeelding waarin de thema’s psychologie, filosofie, liefde en religie centraal staan, met een achtergrond van het realisme van de betreffende tijd. Mijn kindje is geboren, en nu wordt het tijd om haar beetje bij beetje los te laten, zodat ze bij haar lezers de onsterfelijkheid tegemoet kan gaan.

Mademoiselle Vander Aa,
september 2009